Energielabel voor verwarmingsinstallatie: onbekend is onbemind
september 26, 2016
Belg denkt dat we de klimaatnorm niet gaan halen
september 26, 2016
Show all

Verwarmingssector vraagt meer informatie en sensibilisering rond energielabel



Bericht van 25/02/2016

Onderzoek Remeha bij installateurs wijst op nog veel onwetendheid

Wijnegem/Batibouw Brussel - De Belgische verwarmingsinstallateurs zijn vragende partij voor meer sensibilisering en toelichting omtrent energielabels vanuit de overheid. Dit moet ervoor zorgen dat de labels duidelijker worden voor consument en installateur. Dit zijn enkele conclusies uit een recent onderzoek van Remeha, fabrikant van huishoudelijke en industriële verwarmingsoplossingen, bij een 200-tal Belgische installateurs.

Sarie Verheye

PR & Communication marketeer

+32 3 286 85 50


Contactpersoon voor pers-gerelateerde onderwerpen

Sinds 26 september 2015 vallen nieuwe verwarmingstoestellen en warmwatertoestellen onder een kersverse Europese wetgeving. Het gaat om alle CV-ketels, warmwatertoestellen met een vermogen ≤ 400 kW en warmtewisselaars en warmwateropslagtanks ≤ 2000 liter. Elke nieuwe verwarmingsketel of verwarmingsinstallatie moet enerzijds aan een minimale energieprestatie voldoen (voor huishoudelijke verwarmingstoestellen een seizoensrendement van minstens 86%, voor zowel niet-condenserende als condenserende gas- en stookolieketels.) en krijgt anderzijds een energielabel opgeplakt (voor de toestellen met een vermogen ≤ 70 kW en opslagtanks ≤ 500 liter). Een half jaar na deze verplichting is er echter zowel bij de installateur als bij de consument nog veel onwetendheid over de energielabels voor verwarmingstoestellen.

Wet niet altijd toegepast

Deze wetgeving bepaalt onder meer dat bij elke offerte voor een verwarmingsinstallatie ook het energielabel moet worden meegegeven. Eén op twee van de ondervraagde installateurs bevestigt dit standaard mee te geven. Toch denkt bijna 85 procent van de respondenten dat collega-installateurs dat niet doen. “Er is duidelijk nog werk aan de winkel”, zegt Steven Deygers, energie expert bij Remeha. “Ik zie hier enkele verklaringen voor. Allereerst is er nog steeds heel wat onwetendheid over de ErP wetgeving zowel bij installateur als bij consument. Daarbij vraagt de berekening van een systeemlabel een bijkomende aandacht van de vakman. Een pakketlabel berekenen aan de hand van rekenbladen is zeker geen evidentie. Het is dan ook de vraag of het de installateur loont deze investering te maken in offertefase, als de consument hier toch niet bij stilstaat.

Nog steeds onduidelijkheid

Elk toestel dat bij een fabrikant de fabriek verlaat, bevat standaard een energielabel. “Dus het zou eenvoudig moeten zijn. Maar een verwarmingsinstallatie is meer dan de ketel alleen. Meestal is er ook een thermostaat voorzien en zijn sommige installaties een combinatie met een warmtepomp en/of een zonneboiler”, gaat Steven verder. “Dan volstaat het productlabel niet meer, maar moet de installateur een pakketlabel berekenen.” En hier is volgens een kleine 20 procent van de installateurs de berekening onduidelijk. Er is een manuele berekeningsmethode aan de hand van rekenbladen die extra administratie vraagt. Fabrikanten bieden rekentools aan om dit extra werk uit handen te nemen.

Steven Deygers: “Zo een rekentool zoals de onze, helpt de installateur bij de berekening van een totaalinstallatie. Maar die uitkomst is niet altijd dezelfde als de manuele berekening waar meer fouten kunnen gemaakt worden.” Uit de enquête blijkt ook dat voor sommige installateurs de combinatie van verschillende merken moeilijk te berekenen is en dat er ook onduidelijkheid is over de interpretatie van warmwaterbereiding.

Meer sensibilisering is nodig

De sector vraagt meer informatie, controle en sensibilisering vanuit de overheid. Maar liefst 65 procent van de respondenten is hier voorstander van. “Een nationale sensibiliseringscampagne kan er zeker voor zorgen dat het energielabel meer onder aandacht krijgt bij zowel de consument als de vakman. En op die manier ook eenduidiger geïnformeerd wordt”, verduidelijkt Steven Deygers.

Consument: comfort en centen

Uit de enquête blijkt verder dat de consument niet wakker ligt van het energielabel voor verwarmingsinstallaties: volgens de ondervraagde installateurs vraagt 3/4 van de klanten niet naar het energielabel van zijn installatie. En slechts 1 op 3 kiest een toestel in functie van het energielabel. Steven Deygers: “Een goed installateur kijkt in eerste instantie naar wat de klant nodig heeft en hoe hij leeft. Een sportief gezin staat bijvoorbeeld vaker onder de douche. Een badkamer met een regendouche en een ligbad vraagt ook meer warm water dan een kleine badkamer met enkel een douche. De installateur stelt een verwarmingssysteem samen dat volledig op maat van de consument is afgesteld.”

Uiteraard speelt het prijsaspect ook mee voor de klant. “Mensen kijken vaker naar prijs dan naar het energielabel. Voor een toestel met een hoger energielabel betaalt de consument snel 500 tot 1.000 euro meer. En dat is dan een afweging tussen portemonnee en milieu. Vergelijk het met de auto-industrie: een hybride of elektrische wagen is beter voor het milieu, maar kost een pak meer dan een wagen met klassieke brandstof.”, besluit Steven.