Slimme thermostaat eTwist brengt comfort binnen handbereik
april 3, 2017
Remeha verwarmingsoplossingen voortaan in Hysopt berekeningssoftware
april 19, 2017

Energiedoelstellingen voor 2020 te ambitieus? Eigenlijk niet!


Bericht van 14/04/2017

De Vlaamse overheid wil de Vlaming aansporen om te investeren in zonnepanelen en warmtepompen om de doelstellingen inzake energieproductie uit hernieuwbare energie tegen 2020 te halen. Dat Vlaanderen inzet op groene energie, daar kan niemand iets tegen hebben. Maar je kan ook het percentage hernieuwbare energie verhogen door het energieverbruik in zijn totaliteit te verlagen. De vernieuwing van het gigantische park van centrale verwarmingsketels biedt hierbij een uitstekende opportuniteit..

Sarie Verheye

PR & Communication marketeer

+32 3 286 85 50


Contactpersoon voor pers-gerelateerde onderwerpen

De opwarming van de aarde beperken is één van de belangrijkste uitdagingen waar we voorstaan. Sinds het Kyoto-protocol stelt Europa alles in het werk om haar doelstelling te halen: tegen 2020 20% minder broeikasgassen uitstoten dan in referentiejaar 1990, 20% minder energie verbruiken en 20% van de energie op een duurzame wijze opwekken. In het akkoord van Parijs van oktober 2015 gaat Europa nog een stapje verder: in 2030 tot 40% minder CO2-uitstoot tegenover 1990.

2020 lijkt veraf maar is eigenlijk morgen al. Uit cijfers van klimaat.be (de federale website voor betrouwbare informatie over klimaatverandering) blijkt echter dat ons land vanaf 2017 de jaarlijkse doelstellingen mogelijks niet meer zal halen. Ook het publiek gelooft daar niet meer in, blijkt uit een studie die we recent lieten uitvoeren. Komen we er dan enkel met extra aandacht en stimuli voor hernieuwbare energie? Of moeten we dringend de aandacht vestigen op manieren om efficiënter met energieverbruik om te gaan en energie te besparen?

D-label: gebuisd

Dan kom je al snel uit bij de bestaande woningmarkt, want voor nieuwbouw gelden al strenge regels. Dus moet je als sector en overheid focussen op de renovatie- en vervangingsmarkt. Volgens de vereniging European Heating Industry telt Europa zo’n 120 miljoen geïnstalleerde verwarmingsketels. De overgrote meerderheid daarvan is niet zuinig en stoot veel CO2 uit. Mochten deze ketels een energielabel krijgen, wat sinds september 2015 verplicht is bij verkoop van nieuwe ketels, dan zou maar liefst 65% een C- of D-label of een nog slechter label krijgen. Zou u als consument vandaag nog een koelkast met D-label in huis willen hebben?

Voor de Belgische woningmarkt met 5,3 miljoen wooneenheden (bron: Euroconstruct) zien we vergelijkbare cijfers. Vandaag wordt 16% van deze woningen verwarmd met lokale ruimteverwarming (kachels), 12% via collectieve verwarming en 4% met droge systemen zoals elektrische verwarming of omkeerbare airconditioning. Biomassa en warmtepompen zijn elk goed voor 1%. De overige 66% wordt verwarmd via een centrale verwarmingsketel (bron: BRG Building Solutions 2016).

Van die centrale verwarmingsketels is bijna 38% niet-condenserend. Concreet staan er dus nog 1.960.000 niet-condenserende gas- en olieketels opgesteld in België. In een ideale wereld vervang je al deze oudere ketels door milieuvriendelijke systemen op hernieuwbare energie, zoals warmtepompen of zonnecollectoren. Maar enerzijds heeft niet iedereen het budget voorhanden en anderzijds past dit om praktische redenen niet altijd in een renovatieproject.

Wat is dan wel haalbaar?

Wat is dan wel een pragmatische aanpak om de doelstelling te halen en een goede balans te vinden tussen wat technisch mogelijk, financieel haalbaar is en het beste resultaat geeft in termen van energie-efficiëntie en CO2-emissies? Iemand al gedacht om de meest vervuilende ketels te vervangen? Want dat kan snel en levert ook snel resultaat op. Zonder problemen met vergunningen en omwonenden.

Een niet-condenserende ketel stoot immers per jaar gemiddeld 1 ton meer CO2 uit dan een condenserende ketel. Snel gerekend betekent dit voor een park van 1.960.000 ketels een potentieel van 1.960.000 ton minder CO2-uitstoot. Als je weet dat 66% van de ketels in Vlaanderen staat, is dit een equivalent van 1.300.000 ton CO2. Of zo maar even 10% van wat Vlaanderen tegen 2030 minder moet uitstoten.

Een condenserende ketel verbruikt bovendien 25% tot 35% minder energie dan een niet-condenserende ketel. Door alle niet-condenserende ketels te vervangen door condenserende equivalenten krijg je een totale energiebesparing tussen 11.400 GWh en 16.000 GWh per jaar.

Is dit veel? Toch wel, als je dit vergelijkt met bijvoorbeeld de elektriciteitsproductie in ons land. De jaarlijkse elektriciteitsproductie van alle kerncentrales in België bedroeg in 2014 maar liefst 32.110 GWh (bron = FEBEG). Dan zou het besparingspotentieel met de vervanging door condenserende ketels dus het equivalent zijn van bijna 50% van de jaarproductie van alle kerncentrales in België. Wie sprak er van een energietekort? 

De rol van de overheid

Het probleem in deze materie: mensen weten vaak niet welke ketel ze in huis hebben en hoe vervuilend die wel is. De gemiddelde leeftijd van een verwarmingsketel in België is trouwens 24 jaar. In de autowereld is dit net geen oldtimer.

Het is dus de taak van de overheid om awareness te creëren. Duitsland is daar een perfect voorbeeld van. Daar moeten alle ketels, jong én oud, geïnspecteerd worden. De onderhoudstechnicus krijgt een kleine som om bij jaarlijkse controle een sticker met een energielabel op ketel te hangen en info over zuinigere alternatieven achter te laten. Enerzijds beseft de consument dan dat zijn ketel inefficiënt is, anderzijds kent hij de alternatieven en heeft ook een zicht op de terugverdientijd. En je begint als overheid waar het potentieel op winst het grootst is.

Omdat we de klimaatdoelstelling niet zullen halen als we enkel de kapotte ketels vervangen, kunnen incentives van de overheid onder de vorm van premies of fiscale aftrek wel, maar ze zijn niet essentieel. Het mag wel geen steekvlampolitiek zijn waarbij een bepaalde technologie massaal wordt bevoordeeld en zorgt voor een boom-burst scenario (zoals in het verleden met PV-panelen: de subsidie valt weg en de markt stort in). De communicatie rond de afschaffing van premies eind 2011 heeft de vervangingsgraad van ketels ernstig vertraagd. Tegelijk zorgt de recente evolutie van elektriciteitsprijzen ervoor dat oplossingen als warmtepompen afschrikken. Consumenten weten bijgevolg niet meer wat te doen. En dus doen ze niets.

Naast bewustmaking kan de overheid wellicht ook werk maken van enkele concrete maatregelen. Energieleningen, bijvoorbeeld, waarvan de terugbetalingstermijn wordt gekoppeld aan de energiebesparing die met de investering wordt gerealiseerd. Of het opleggen van minimale energie-efficiëntie voor huurwoningen, zodat de verhuurder wel verplicht wordt om te investeren, en de factuur niet op de sociaal zwakkere huurder wordt afgeschoven.

En intussen blijven hopen dat de gemiddelde Vlaming inziet hoeveel ze kunnen besparen met een energiezuinigere ketel. Waar de particulier zijn investering in een aantal jaar heeft terugverdiend, is de impact ervan op het milieu nog decennia lang voelbaar….